1 Verschillende opleidingswegen

Wie nu in Vlaanderen in het onderwijs aan de slag wil,  kan op verschillende manieren leraar worden. De lerarenopleidingen zijn nu in te delen in 2 groepen

 

1.1 De geïntegreerde opleidingen (GLO) (doorgaans jaaropleidingen)

 

Het betreft hier opleidingen in hogescholen waar de pedagogisch-didactische vaardigheden in combinatie met de vakkennis worden bijgebracht.  Men kan met de opleiding starten als men afgestudeerd is in het secundair onderwijs. Specifieke vakkennis is niet vereist. Er zijn GLO's voor het kleuteronderwijs, het lager onderwijs en het secundair onderwijs.

 

1.2 De specifieke lerarenopleidingen (SLO)(doorgaans deeltijdse opleidingen)

  

Deze opleidingen bouwen verder op reeds verworven vak- of beroepskennis. Indien men reeds over een diploma secundair of hoger onderwijs (hogeschool en/of universiteit) beschikt, kan men via deze lerarenopleidingen gaan lesgeven in de eigen vak- of beroepsspecialiteit.

  

Deze lerarenopleidingen zijn bijgevolg geen vakopleidingen maar pedagogisch-didactische opleidingen. Het spreekt voor zich dat de eigen vakspecialiteit hierbij een belangrijk uitgangspunt blijft. 

  

Alle opleidingsvormen leiden tot een diploma van leraar. Men kan bijgevolg zowel vanuit de hogeschool als vanuit een universitaire lerarenopleiding of een opleiding in een centrum voor volwassenenonderwijs leraar worden in het secundair onderwijs.

 

Afhankelijk van het basisdiploma en/of de beroepservaring zal men zijn diploma in telkens verschillende studiedomeinen kunnen aanwenden. 

  

2 Meer samenwerking en afstemming 

 

2.1 Basis van de opleiding

  

Alle specifieke lerarenopleidingen vertrekken van het beroepsprofiel van de leraar. Dit beroepsprofiel geeft aan welke competenties (kennis, vaardigheden, attitudes) een ervaren leraar moet hebben . 

De Vlaamse Regering  heeft via dit beroepsprofiel decretaal vastgelegd welke standaarden zij hanteert voor het beroep van leraar in het onderwijs dat zij subsidieert.

Alle lerarenopleidingen zijn daardoor opgebouwd vanuit dezelfde bouwstenen (basiscompetenties). Dit bevordert de uitwisselbaarheid tussen de opleidingen.

  

2.2 Omvang van de opleiding

 

Alle specifieke lerarenopleidingen hebben een omvang van 60 studiepunten. 

Een studiepunt komt in het hoger onderwijs overeen met  25 à 30 u studie-activiteit. De totale studietijd voor deze lerarenopleidingen bedraagt dus 1500 à 1800 uur.

  

2.3 Expertisenetwerken

  

Verschillende aanbieders van lerarenopleidingen (universiteiten, hogescholen en centra voor volwassenenonderwijs)  hebben samengewerkt in expertisenetwerken. Deze netwerken zijn in 2015 om budgettaire redenen opgeheven door de Vlaamse Regering. 

 

3 Opbouw van de opleidingen

  

3.1 Theorie en praktijk

  

Alle specifieke lerarenopleidingen hebben een 50/50 verhouding theorie en praktijk. Dit betekent dat de helft van de studietijd een praktijkgerichte invulling zal krijgen. 

  

3.2 Stage(praktijk)

  

De lerarenopleiding is heel praktisch. Leraren krijgen hun opleiding in nauwe samenwerking met de stagescholen. 

  

In de specifieke lerarenopleidingen van de centra voor volwassenenonderwijs wordt dit praktijkvolume op een geleidelijke manier uitgebouwd. Werken en opleiding volgen blijft dus mogelijk.